Diagnostisch onderzoek

APG geeft advies aan kinderen en hun ouders, dan wel aan volwassenen, bij een (levens)probleem na diagnostisch onderzoek.

Bij een diagnostisch onderzoek wordt over het algemeen de intelligentie en het vermogen tot concentratie inzichtelijk gemaakt.
Zijn er aanwijzingen voor een leerstoornis (b.v. dyslexie, dyscalculie, NLD), dan kan met behulp van didactisch onderzoek gekeken worden in hoeverre deze het leren op school beïnvloedt en wat er voor nodig is om de hinder te verminderen.
Persoonlijkheidsonderzoek maakt eventueel probleemgedrag inzichtelijk. Zo kan vastgesteld worden of iemand bijvoorbeeld faalangstig is of juist veel werkdruk aan kan, en of iemand over veel of weinig doorzettingsvermogen beschikt.
Na een diagnostisch onderzoek worden de resultaten en interpretaties daarvan door de orthopedagoog/psycholoog van het onderzoek in een verslag vastgelegd en desgewenst in een nagesprek doorgenomen.
De lengte van een diagnostisch onderzoek kan in overleg vastgesteld worden en duurt maximaal 2 dagdelen.

Uit diagnostisch onderzoek kan – in overleg – een begeleidingstraject voortvloeien: een concrete invulling van de verandering, zo nodig met inschakelen van derden (zowel reguliere als alternatieve zorgverleners).