Zelfonderzoek

APG helpt kinderen dan wel volwassenen een eigen antwoord te vinden op een (levens)probleem m.b.v. Zelfkennismethode.

De ZKM heeft zowel een onderzoekende als een helende functie.

  • De duur van een zelfonderzoek, inclusief het grondig doorspreken van de resultaten, is ongeveer tien uur. Het zelfonderzoek kan binnen twee weken worden doorlopen.

In het eerste gesprek (soms twee gesprekken), het zgn. formuleringsgesprek, ontlokken open vragen de persoon/de cliënt zijn eigen levensverhaal (en/of een specifiek aspect ervan, bijvoorbeeld de werksituatie, het verlies van een dierbare ander, de adoptie-status) te vertellen. De helper/de psycholoog laat de persoon af en toe stilstaan bij gebeurtenissen uit dat levensverhaal. Momenten die het gevoel in meer of mindere mate raken, worden in zinnen vastgelegd. De formuleringen van deze zinnen, de waardegebieden, zijn altijd de formuleringen van de persoon zelf.
In het tweede consult worden aan deze zinnen gevoelens in verschillende intenties (gevoelswaarderingen) gekoppeld, middels een gespecialiseerd computerprogramma.
In het nagesprek leidt de helper de persoon langs opvallende ‘scores’ binnen de computeruitdraai met het persoonlijk waarderingssysteem. Uit deze bespreking komen bewuste dan wel onbewuste aandachtspunten voor het handelen in de toekomst naar voren.
Voor het uitwerken van gestelde doelen en actiepunten volgt nog een aantal vervolggesprekken. De persoon leert zelf het verkregen inzicht toe te passen in de dagelijkse situatie: een concrete invulling van verandering!

Na enige maanden kan een tweede zelfonderzoek plaatsvinden en wordt er gekeken naar welke ontwikkelingen hebben plaatsgevonden.

  • De procedure bij kinderen van 6 tot 13 jaar is hetzelfde als bij jongeren en volwassenen. Er wordt echter gebruik gemaakt van plaatjes en andere visualisaties. De werkwijze heeft een speels karakter.